Hiken door het ruige Hells Gate National Park

We geven toe dat de naam van het park niet direct klinkt als een must-visit, maar ik zal je uitleggen waarom dit park een bezoek waard is. Hell’s Gate National Park is een geweldige plek voor een ruige hike, maar ook voor het spotten van wilde dieren. Het toffe van Hell’s Gate is dat het spotten van wilde dieren niet vanuit je auto hoeft, maar je dit ook al lopend of vanaf de fiets kan! 


Wat is er te beleven?

Bij de ingang van het park zie je direct een uitgestalde verzameling van schedels en botten. Deze dierenresten zijn gevonden in het park, waardoor je direct beseft dat er allerlei dieren leven in het park waar je gewoon lopend of fietsend doorheen kunt! In dit park zal je overigens geen (of in ieder geval: zelden tot nooit) roofdieren tegenkomen. Het park heeft een soort rust over zich heen hangen. Je voelt je één met de natuur wanneer je door de lange kloof wandelt of al lopend zebra’s aan het spotten bent. 

Laat ik beginnen met het hiken. Het is niet verplicht om een gids mee te nemen, je mag dus op eigen houtje het park verkennen. Wij hebben overigens wel voor een gids gekozen, je weet maar nooit wat je onderweg aan wilde dieren tegenkomt en de gids weet precies de weg door het park. De bekendste plek in het park is de Njorowa Gorge. Dit is een lange, kronkelende kloof waardoor je een ontzettend gave wandeling kunt maken. Op sommige stukken is de kloof maar enkele meters breed en kan je door de kronkelende rotswanden boven je de hemel nog maar amper zien! Tijdens de hike moet je regelmatig met behulp van touwen de rotsformaties beklimmen. Dit klinkt lastig, maar is voor de gemiddelde wandelaar prima te doen. De gids begeleidde en hielp ons bij de lastigere stukken. Vergeet in ieder geval niet genoeg water en zonnebrandcrème mee te nemen.

Wil je echt de Big Five spotten? Dan kun je beter naar de Masai Mara gaan. Want zoals ik al aangaf leven er weinig gevaarlijke dieren in het park. Alleen leeuwen en buffels worden soms gespot, maar deze kans is zo klein dat het mogelijk is om veilig het park op een fiets of lopend te verkennen. Je kunt er zebra’s, giraffes, gnoes, apen en hyena’s spotten. Vergeet niet te letten op de vele verschillende vogels en de andere kleine bewoners van Hell’s Gate. Onderweg kom je vaak waarschuwingsborden tegen waarop staat aangegeven dat je de dieren die je tegenkomt geen eten moet geven. Wij hebben dit zelf ervaren met een aap. We reden in de auto het park uit, maar onderweg sprong er een aap op onze voorruit. Op het moment dat de aap doorhad dat wij eten in de auto hadden, werd het beestje agressief. Hij begon op de voorruit te slaan en leunde op de autospiegel waardoor deze afbrak. Hierdoor viel de aap van de auto af (hij was gelukkig ongedeerd) en wij kwamen met de schrik vrij. Zoiets wil je natuurlijk liever niet al lopend meemaken 😉

Hoe kom ik er?

Hell’s Gate National Park ligt om de krater van de slapende vulkaan Mount Longonot. Het park ligt op een paar uur rijden van Nairobi. Het is heerlijk om vanuit de drukke hoofdstad een uitstapje te maken naar dit relatief kleine en rustige National Park. Het park ligt dichtbij het Naivashameer. Vanaf Hell’s Gate is het ongeveer een half uur rijden naar het meer, dus deze twee plekken zijn prima te combineren. Hier lees je meer over het Naivashameer.